Inburgering · KNM-thema's · Bijgewerkt 2026-10-20
KNM-examen: alle 8 thema's uitgelegd (2026)
In het KNM-examen (Kennis van de Nederlandse Maatschappij) krijgt u vragen over 8 thema's. Van werk en wonen tot de huisarts, de gemeente en de school van uw kinderen. Op deze pagina leest u per thema waar het over gaat, welke onderwerpen vaak terugkomen en hoe u het slim oefent. Alles komt uit de officiële eindtermen en de websites van DUO. We hebben het op 20 oktober 2026 gecontroleerd.
Lotus & Tulip maakt oefenmateriaal. Wij werken niet samen met DUO of Cito en dit is geen officiële informatie. Regels kunnen veranderen. Kijk altijd ook op inburgeren.nl. Read this page in English.
Gratis KNM oefenen: 20 vragen over alle 8 thema's →
Gratis KNM-oefenexamen: 40 vragen in 45 minuten →
Hoe ziet het KNM-examen eruit?
U doet het KNM-examen op de computer, op een examenplaats van DUO. Het examen duurt 45 minuten.[1] In het officiële oefenexamen schrijft DUO: "Het echte examen KNM bestaat ook uit 40 vragen." Bij elke vraag kiest u uit A, B of C.[4]
- De vragen staan per thema bij elkaar. In het oefenexamen ziet u eerst een scherm met de naam van het thema, daarna komen de vragen.[1][4]
- De vragen zijn gemaakt op taalniveau A2. Er wordt veel beeld gebruikt, zodat u de situatie herkent.[2]
- Er zijn geen filmpjes meer, zoals in het oude examen. Bij een vraag staat nu een foto.[6][7] Volgens de makers bij Cito krijgt u de vragen in tekst en ook in geluid, en komen alle 8 thema's in elk examen aan bod.[7]
- Het examen kost € 50 per poging.[8] Wie betaalt, hoe u zich aanmeldt en wanneer u de uitslag krijgt: zie KNM-examen: kosten, aanmelden en uitslag.
De 8 thema's in één overzicht
De thema's komen uit de eindtermen KNM. Dat is de officiële lijst van wat u moet weten. De minister heeft die lijst gepubliceerd in de Staatscourant. Ze geldt sinds 1 juli 2025.[2]
| Thema | Waar gaat het over? | Oefenen |
|---|---|---|
| 1. Werk en inkomen | Werk zoeken, contracten, UWV of gemeente, een eigen bedrijf. | vragen in onze toets |
| 2. Omgangsvormen, waarden en normen | Afspraken, samenleven, feest- en gedenkdagen. | vragen in onze toets |
| 3. Wonen | Huur of koop, rechten van huurders, energie, afval scheiden. | vragen in onze toets |
| 4. Gezondheid en gezondheidszorg | Huisarts, huisartsenpost, 112, apotheek, zorgverzekering. | vragen in onze toets |
| 5. Geschiedenis en geografie | 17e eeuw, koloniën, Tweede Wereldoorlog, holocaust, water, provincies. | vragen in onze toets |
| 6. Instanties | DigiD en BSN, gemeente, toeslagen, politie, juridische hulp, verzekeringen. | vragen in onze toets |
| 7. Staatsinrichting en rechtsstaat | Koning, parlement, verkiezingen, grondrechten. | vragen in onze toets |
| 8. Onderwijs en opvoeding | Leerplicht, soorten scholen, rol van ouders, schoolkosten. | vragen in onze toets |
De eindtermen koppelen de thema's aan 4 situaties uit het dagelijks leven.[2] U hoeft deze indeling niet te leren. Maar ze laat zien waarom het examen zo breed is.
1. Werk en inkomen (Work and income)
Dit thema gaat over werk zoeken, werk houden en geld verdienen. U leert ook wat er gebeurt als u geen werk of geen inkomen hebt. Discriminatie op het werk en een eigen bedrijf beginnen horen er ook bij.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Werkloos, en dan? Hebt u al gewerkt? Dan gaat u naar het UWV. Hebt u nog niet gewerkt? Dan gaat u naar de gemeente.[2]
- Soorten contract. Het verschil tussen een vast contract, een tijdelijk contract en werk via een uitzendbureau. Voor veel sectoren is er een cao. Deeltijd werken komt veel voor.[2]
- Een eigen bedrijf. Inschrijven bij de Kamer van Koophandel is verplicht. Hebt u een uitkering? Overleg dan eerst, want uw recht op een uitkering vervalt in principe.[2]
Tip: Gaat de vraag over iemand zonder werk of geld? Vraag uzelf eerst: UWV of gemeente? Lees daarna pas de antwoorden. Oefen dit thema in onze gratis toets →
2. Omgangsvormen, waarden en normen (Manners, values and norms)
Hoe gaan mensen in Nederland met elkaar om? Het examen vraagt niet wat u daarvan vindt. Het vraagt of u de gewoonte kent. Gewoonten verschillen ook in Nederland, per groep, regio en generatie.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Afspraken. Op het werk en bij instanties maakt u meestal van tevoren een afspraak. Veel mensen vinden op tijd komen en op tijd afzeggen belangrijk.[2]
- Samenleven. Trouwen en geregistreerd partnerschap zijn in de wet geregeld, ook voor partners van hetzelfde geslacht. Ongehuwd samenwonen komt veel voor.[2]
- Feest- en gedenkdagen. Pasen, Koningsdag, 4 en 5 mei, Kerst en Oud en Nieuw. In sommige groepen ook Sinterklaas, Carnaval, Suikerfeest en Keti Koti.[2]
Tip: Maak een lijstje met de feestdagen en wat mensen die dag doen. Bij dit thema moet u vaak iets herkennen, niet uitleggen. Oefen dit thema in onze gratis toets →
3. Wonen (Housing)
Een huis vinden, energie en internet regelen en afval scheiden. Uw eerste woning komt vaak via de gemeente. Huurders hebben in Nederland wettelijke rechten.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Een woning zoeken. Sociale huur, vrije huur of een huis kopen. Schrijf u snel in als woningzoekende.[2]
- Problemen met de verhuurder. Bijvoorbeeld een onterechte huurverhoging of onderhoud dat niet gebeurt. U weet hoe u dan hulp vraagt.[2]
- Energie en afval. U regelt zelf energie, water en internet. U geeft meterstanden door en meldt een storing bij de leverancier. U scheidt afval volgens de regels van uw gemeente.[2]
Tip: Leer de woorden huurcontract, huurverhoging, meterstand, storing en afvalscheiding. Kent u die woorden, dan begrijpt u de vraag sneller. Oefen dit thema in onze gratis toets →
4. Gezondheid en gezondheidszorg (Health and healthcare)
Hoe werkt de zorg in Nederland? De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt. Ook de praktijkondersteuner (POH) hoort daarbij. Dit thema gaat ook over de apotheek, de tandarts, spoed en de zorgverzekering.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Waar gaat u heen? Met een gewone klacht naar de huisarts. 's Avonds en in het weekend naar de huisartsenpost. Bij levensgevaar belt u 112.[2]
- Medicijnen. Met een recept haalt u medicijnen bij de apotheek. Sommige medicijnen koopt u zonder recept bij de drogist.[2]
- De zorgverzekering. Die is verplicht. Een bezoek aan de huisarts gaat niet van uw eigen risico af. Tandarts en fysiotherapie zitten voor kinderen tot 18 jaar in het basispakket.[2]
Tip: Oefen met drie stappen: gewone klacht, dan de huisarts. Dringend in de avond, dan de huisartsenpost. Levensgevaar, dan 112. Oefen dit thema in onze gratis toets →

5. Geschiedenis en geografie (History and geography)
Een paar belangrijke stukken uit de geschiedenis van Nederland, en de kaart van Nederland. Sinds de nieuwe eindtermen van 2025 moet u ook weten wat de holocaust was.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Handel en koloniën. In de 17e eeuw werd Nederland rijk door scheepvaart en handel. Nederland had ook koloniën en maakte mensen tot slaaf.[2]
- De Tweede Wereldoorlog. Duitsland bezette Nederland. In de holocaust zijn veel Nederlandse Joden vermoord. Antisemitisme is bij wet verboden. Op 4 mei is de Nationale Dodenherdenking, op 5 mei Bevrijdingsdag.[2]
- Water en kaart. Polders, molens, dijken en de Deltawerken. Amsterdam is de hoofdstad, maar de regering zit in Den Haag. U kent de provincies.[2]
Tip: Amsterdam (hoofdstad) en Den Haag (regering) worden vaak verwisseld. Leer ze samen, als een paar. Oefen dit thema in onze gratis toets →
6. Instanties (Public authorities)
Welke organisatie doet wat? Contact met de overheid gaat meestal digitaal, met DigiD en uw burgerservicenummer (BSN). Het thema gaat over de gemeente, de Belastingdienst, de politie, juridische hulp en verzekeringen.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Gemeente. Een verhuizing, geboorte, huwelijk of overlijden geeft u door aan de gemeente.[2]
- Geld en toeslagen. Toeslagen voor zorg, huur en kinderopvang komen van de Belastingdienst (Dienst Toeslagen). Kinderbijslag vraagt u aan bij de SVB. Bewaar uw jaaropgave minstens 5 jaar.[2]
- Politie en verzekeringen. Vanaf 14 jaar moet u een identiteitsbewijs laten zien als de politie daarom vraagt (in het openbaar vervoer vanaf 12 jaar). Een zorgverzekering is verplicht. Een aansprakelijkheidsverzekering (WA) is niet verplicht, maar wel zeer wenselijk.[2]
Tip: Maak voor elke organisatie een kaartje met 2 taken: gemeente, Belastingdienst, SVB, UWV, politie en Juridisch Loket. Oefen dit thema in onze gratis toets →
7. Staatsinrichting en rechtsstaat (Government and the rule of law)
Hoe wordt Nederland bestuurd, en welke rechten heeft iedereen? Nederland is een koninkrijk. De koning heeft vooral een ceremoniële functie. Er zijn drie bestuurslagen: rijk, provincies en gemeenten.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Wetten maken. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer maken samen met de regering de wetten. De macht is verdeeld: wetten maken, wetten uitvoeren en rechtspreken.[2]
- Stemmen. Er zijn verkiezingen voor de gemeente, de provincie, de Tweede Kamer, het Europees Parlement en de waterschappen. Bent u geen Nederlander en woont u langer dan 5 jaar in Nederland? Dan mag u stemmen voor de gemeenteraad.[2]
- Grondrechten. Artikel 1 van de Grondwet: gelijke behandeling, discriminatie is verboden. U bent vrij in uw godsdienst, maar de wet van de staat staat boven de regels van religie en traditie. Vrouwen hebben zelfbeschikkingsrecht.[2]
Tip: Een vrijheid heeft vaak een grens in de wet. U mag zeggen wat u vindt, maar niet alles wat de wet verbiedt. Zoek in het antwoord naar allebei. Oefen dit thema in onze gratis toets →
8. Onderwijs en opvoeding (Education and parenting)
Hoe werkt school in Nederland, van 0 tot 18 jaar en ouder? En wat verwacht men van ouders? Ook de kosten van school en studie horen bij dit thema.[2]
Hier krijgt u bijvoorbeeld vragen over:
- Leerplicht. Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichtig. Van 16 tot 18 jaar geldt de kwalificatieplicht. De vakanties die de school vaststelt, zijn bindend.[2]
- Soorten scholen. Er zijn openbare scholen en bijzondere scholen, bijvoorbeeld op basis van geloof. Basisscholen en middelbare scholen moeten les geven over seksualiteit en seksuele diversiteit.[2]
- Ouders. Tot uw kind 16 jaar is, bent u als ouder juridisch aansprakelijk voor wat het doet. Scholen verwachten dat u naar gesprekken over uw kind komt. Een tegemoetkoming in studiekosten vraagt u aan bij DUO.[2]
Tip: Leer de leeftijden als rijtje: 5 (leerplicht begint), 16 (kwalificatieplicht begint), 18 (kwalificatieplicht eindigt). Oefen dit thema in onze gratis toets →
Wat is er nieuw sinds 1 juli 2025?
De namen van de 8 thema's zijn niet veranderd.[2] De inhoud wel. De vorige eindtermen waren uit 2015.[5]
- Meer kennis, minder gedrag. Vroeger vroeg het examen vaak: wat kan iemand het beste doen of zeggen? Nu wordt kennis direct gevraagd.[5][6]
- De holocaust. U moet weten wat de holocaust was, dat veel Nederlandse Joden zijn omgekomen en dat antisemitisme en discriminatie verboden zijn.[5]
- Zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. U moet weten wat dit betekent.[2][5]
- Wet boven religie en traditie. Dit staat nu letterlijk in de eindtermen.[2]
- Digitaal contact. Er zijn eindtermen bijgekomen over digitale communicatie, zoals veilig omgaan met DigiD en uw BSN.[2][6]
Hebt u een lesboek van vóór juli 2025? Dan kloppen de thema's nog, maar oefen ook met de nieuwe oefenexamens van DUO.[3] Meer over deze verandering (in het Engels): KNM exam 2025 changes.
Zo oefent u per thema
- Doe oefenexamen KNM 1 van DUO. Het is gratis. Maak het op een computer en neem 45 minuten de tijd. DUO raadt een desktop-computer aan.[3][4]
- Schrijf uw fouten op per thema. In het oefenexamen staat de naam van het thema op een scherm vóór de vragen.[4] Zo ziet u snel welke 2 of 3 thema's nog zwak zijn.
- Leer die thema's. Lees de uitleg op deze pagina. Kijk de filmpjes op netinnederland.nl: DUO noemt die site voor onderwerpen uit het examen.[3]
- Test uzelf opnieuw. Doe onze gratis oefentoets en daarna oefenexamen KNM 2 van DUO.[3]
- Meld u pas daarna aan. Het examen kost € 50 per poging.[8] Hoe u zich aanmeldt en wie betaalt, leest u in KNM-examen: kosten, aanmelden en uitslag.

Hulp nodig bij het leren? DUO verwijst ook naar de openbare bibliotheek en naar oefenen.nl.[3]
Wilt u alle thema's in een vast schema leren? Volg dan ons studieplan van 4 weken voor KNM, met een checklist voor de examendag.
Veelgestelde vragen
Hoeveel thema's heeft het KNM-examen?
8 thema's: werk en inkomen; omgangsvormen, waarden en normen; wonen; gezondheid en gezondheidszorg; geschiedenis en geografie; instanties; staatsinrichting en rechtsstaat; onderwijs en opvoeding. Ze staan in de officiële eindtermen in de Staatscourant.
Hoeveel vragen heeft het KNM-examen?
40 vragen. U hebt 45 minuten. Dat staat in het officiële oefenexamen van DUO: 'Het echte examen KNM bestaat ook uit 40 vragen.' U kiest steeds uit de antwoorden A, B of C.
Zijn de KNM-thema's in 2025 veranderd?
De namen van de 8 thema's zijn hetzelfde gebleven. Sinds 1 juli 2025 gelden wel nieuwe eindtermen. De vragen gaan nu meer over kennis en minder over gedrag. Nieuw zijn onder andere de holocaust, het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en dat de wet boven religie en traditie staat.
Komen alle thema's in elk examen?
Ja. Volgens de makers van het examen bij Cito komen alle 8 thema's in elk examen aan bod. De vragen staan per thema bij elkaar.
Op welk taalniveau is het KNM-examen?
De vragen zijn gemaakt op taalniveau A2. Er staat een foto bij de vragen, zodat u de situatie beter herkent. Volgens Cito krijgt u de vragen in tekst en ook in geluid.
Hoe kan ik per thema oefenen?
Doe eerst de 2 gratis oefenexamens KNM van DUO op inburgeren.nl. Schrijf op bij welke thema's u fouten maakt. Oefen die thema's daarna met filmpjes op netinnederland.nl en met de gratis oefentoets van Lotus & Tulip op lotustulip.com/knm-oefenen.html.
Bronnen
- DUO, inburgeren.nl: Kennisexamens (KNM op de computer, vragen per thema, 45 minuten), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- Staatscourant 2024, 15802: eindtermen KNM (de 8 thema's, 4 praktijksituaties, alle eindtermen en indicatoren, taalniveau A2, beeldmateriaal, geldig vanaf 1 juli 2025), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- DUO, inburgeren.nl: Oefenen (2 gratis oefenexamens KNM, advies om op een desktop-computer te oefenen, netinnederland.nl, oefenen.nl, bibliotheek), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- DUO: Voorbeeldexamen KNM 1 (2025), via inburgeren.nl (40 vragen, 45 minuten, 'het echte examen KNM bestaat ook uit 40 vragen', antwoorden A, B en C, een scherm met de naam van het thema voor elke groep vragen), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- Rijksoverheid: Inburgeringsexamen vernieuwd (30 juni 2025) (nieuwe eindtermen vanaf 1 juli 2025, meer kennis en minder gedrag, holocaust en zelfbeschikking van vrouwen), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- Cito: KNM-examen in een nieuw jasje (5 augustus 2025) (geen filmpjes meer maar foto's, kennis direct gevraagd, digitale communicatie), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- Tijdschrift Les: interview met de makers van het KNM-examen bij Cito (3 antwoordopties, vragen per thema, alle 8 thema's in elk examen, 1 foto per vraag, vragen in tekst en geluid), gecontroleerd op 20 oktober 2026
- DUO, inburgeren.nl: Hoeveel kost inburgeren? (KNM € 50 per poging), gecontroleerd op 20 oktober 2026
Algemene informatie, geen juridisch advies. Gecontroleerd op 20 oktober 2026. Meer lezen: KNM oefenen (gratis toets) · KNM-oefenexamen (40 vragen) · KNM-examen: kosten en aanmelden · free KNM quiz (English) · KNM themes (English) · KNM-woordenlijst · 4-week study plan · DUO practice exam walkthrough.